• Volkskrant

     'Alicia kan er niets aan doen dat haar leven op deze manier verloopt'

    Hoe een meisje opgroeit in kindertehuizen

    Maasja Ooms (48) maakte de aangrijpende documentaire Alicia, over een meisje dat opgroeit in kindertehuizen. Ooms woonde zelf tot haar derde in een tehuis. 'Er bleef altijd het gevoel dat het aan mij lag.'

    Door: Karolien Knols, 22 november 2017, 02:00
     

     

    Hartverscheurende scène aan het begin van de documentaire Alicia, over een 9-jarig meisje dat sinds haar 5de in een kindertehuis wacht op een plek in een pleeggezin. Terwijl de camera de rotzooi in haar slaapkamer vastlegt - omgekeerde plastic opbergdozen, bergen kleren en schoenen, stapels Penny's (maandblad voor paardenmeisjes), voert een begeleider een gesprek met Alicia. Het gaat langer duren voor er een fijn plekje voor haar wordt gevonden.

    'Zijn ze dan niet aan het zoeken?'

    Jawel, maar het is niet makkelijk, en ze willen haar geen valse hoop geven. Weet Alicia wat dat is, valse hoop? Het meisje schudt nee, begint te huilen als het tot haar doordringt: het kan nog wel jaren duren voor ze weg is uit het tehuis.

    De begeleider kan nog zo benadrukken hoe belangrijk het is dat er een goed gezin voor haar wordt gevonden, een gezin dat weet hoe ze met haar om moeten gaan, want ze is een speciaal meisje, maar Alicia ziet het anders. Ze is gewoon. Het snot komt uit haar neus, dieper verdriet is niet denkbaar. 'Iedereen gaat hier weg, en ik niet.'

    Onder de arm mee naar huis - dat is na deze scène je eerste reflex.

    Alicia is de tweede film die cameravrouw Maasja Ooms (48) regisseert. 'Wat doet het met een kind als het opgroeit in een tehuis?', vraagt de VPRO in de aankondiging, maar het was een andere vraag waarmee Ooms vier jaar geleden aan haar research begon: hoe hecht een kind dat door de ouders is afgestaan zich aan andere mensen?

    WAS DAT EEN OPEN VRAAG OF HAD JE AL EEN IDEE?

    'Ik ben zelf de eerste drie jaar van mijn leven opgegroeid in een kindertehuis omdat mijn moeder de zorg niet aankon. Ze was niet helemaal uit mijn leven, maar ik ben pas op mijn 4de weer bij haar gaan wonen. Hoe goed onze relatie daarna ook is geworden, er is altijd een gevoel blijven hangen dat het aan mij lag dat ik was weggedaan.'

    WAARIN UITTE ZICH DAT?

    In vriendschappen en relaties stelde ik me altijd dienstbaar op

    'Ik was een pleaser. Dat was mijn oplossing voor het gevoel dat ik te veel was. In vriendschappen en relaties stelde ik me altijd dienstbaar op, en zelfs in werk. Ik was altijd de cameravrouw of de editor. Nooit de maker.'

    Tijdens de research kwam Ooms terecht bij een tehuis in Brabant waar kinderen worden opgevangen die tijdelijk niet thuis kunnen wonen omdat ze gedragsproblemen hebben, thuis niet veilig zijn of de ouders de opvoeding even niet aankunnen. De leiding droeg Alicia aan: geboren uit een moeder die ook in kindertehuizen opgroeide en haar kreeg toen ze 17 was. Uit huis geplaatst toen ze een jaar oud was, omdat Jeugdzorg van mening was dat de veiligheid van Alicia niet gegarandeerd was bij haar moeder. Het meisje woonde vier jaar bij een pleeggezin, tot de pleegvader stierf en de pleegmoeder de zorg niet alleen kon dragen. Daarna kwam ze terecht in het tehuis.

    Als maker ben ik meer gefascineerd door het niet-gezegde, het non-verbale

    Ooms herinnert zich van die eerste ontmoeting 'een stoer, sterk meisje, met een enorme levenslust. Maar ook een meisje dat als ze kwaad of teleurgesteld was de boel kort en klein kon slaan. De kasten in haar kamer waren vastgeschroefd, zodat ze die niet kon omtrekken.'

    Dit was Ooms' bedoeling: 'Samen met Alicia wachten tot ze in een pleeggezin werd geplaatst en dan dicht op de huid volgen hoe ze een band opbouwt. Ik heb alles op ooghoogte van de kinderen gefilmd, bijna alsof ik er als kind zelf tussen liep. Aanvankelijk had ik het idee om ook gesprekken tussen mij en Alicia te gebruiken, zodat ze op mij kon reageren als ze wilde. Uiteindelijk heb ik al dat materiaal uit de film gesneden. Het was goed voor de opbouw van ons contact, maar ruis voor de film. Als maker ben ik meer gefascineerd door het niet-gezegde, het non-verbale. Film is bij uitstek het medium om gedrag te observeren.'

    Er zit een scène in de film waarin Alicia - ze is dan bijna 10 - aan de keukentafel zit en op een boterham kauwt. Een van de leiders op de groep vraagt of ze haar pilletje al heeft geslikt en of ze weet waarom ze medicijnen krijgt. Alicia schudt nee, en de leider zegt: 'We vonden je een beetje angstig de laatste tijd.' 

    WAS JOU DAT OOK OPGEVALLEN?

    'Nee, want dat waren dingen die zich vooral in de nacht openbaren, en daar was ik niet bij. Ze riep vaak om leiding, wilde dan dat ze lang bij haar bleven. De psychiater stelde medicatie voor: een antipsychosemiddel en een antidepressivum.'

    WAT VOND JE DAARVAN?

    'Het was voor mij niet direct duidelijk wat het effect was van de medicijnen, tot ik een scène draaide waarin Alicia onhandelbaar boos werd. Door een close-up van haar gezicht kon ik er niet meer omheen: daar zat een gedrogeerd kind. Een van de begeleiders was ook tot die conclusie gekomen. Ze had de bijsluiters van Alicia's medicijnen naast elkaar gelegd en gelezen dat het ene medicijn de bijwerking van het andere, namelijk agressief gedrag, kon versterken. Ik wil niemand beschuldigen, maar ik denk weleens: als ze beter door een psychiater was gemonitord, had ze dan niet uit het eerste tehuis hoeven vertrekken?'

    Zo wordt de film na het eerste half uur van een weergave van de zoektocht naar een pleeggezin langzaam een film die draait om de vraag: wat doet het met een kind om op te groeien onder de vleugels van Jeugdzorg? Om de paar maanden wordt Alicia overgeplaatst naar een nieuwe jeugdzorglocatie, omdat ze problematisch gedrag vertoont en de zorg die ze nodig heeft steeds specifieker wordt. Hekken om de verblijfplaats, sloten op de keukenladen. Op haar 10de krijgt ze op aandringen van haar moeder, die haar af en toe komt opzoeken, de prikpil; Alicia woont dan met negen jongens op een groep.

    HEB JE OVERWOGEN OM TE ZEGGEN: KOM MAAR BIJ MIJ WONEN?

    Alicia heeft twee keer aan me gevraagd of ze bij mij kon wonen

    'Die gedachten schieten natuurlijk door je hoofd, vooral als je huilend terug in de auto zit nadat er weer iets heftigs is gebeurd. Alicia heeft het zelfs twee keer aan me gevraagd en ik heb toen gezegd dat ik het graag zou doen als ik het zou kunnen, maar dat ze een sterk gezin nodig heeft, en ik alleen ben, en veel op reis.'

    WAT HEEFT JE TIJDENS HET MAKEN VAN DE FILM HET MEEST GERAAKT?

    'Een meisje zei nadat ze de film had gezien: het lijkt wel alsof Alicia te slim is voor waar ze zit. Dat was precies wat ik ook zo pijnlijk vond. Alicia is als een kistkalfje, dat steeds tegen de houten box trapt omdat ze eruit wil, vrij wil zijn. Dat is haar kracht, die enorme levenslust, maar daar vindt ze steeds maar één uitweg voor: niet gehoorzamen aan de regels, rebels zijn, weglopen. Waardoor Jeugdzorg haar veiligheid niet meer kan garanderen. Ik vond het schrijnend te beseffen dat een kind in een gezonde situatie die wilskracht wel kan inzetten voor iets positiefs.'

    IS DAT EEN AANKLACHT TEGEN JEUGDZORG?

    Kinderen worden rondgepompt in het systeem tot ze volwassen zijn

    'Nee, want iedereen binnen de Jeugdzorg is begaan met kinderen die niet terug kunnen naar hun eigen ouders, zoals Alicia. Iedereen roept al dertig jaar dat er een tekort is aan pleeggezinnen, en dat er meer gezinshuizen nodig zijn met 24-uurs zorg, waar kinderen tussen de 12 en 18 kunnen wonen zonder steeds te moeten worden verplaatst. Daarom is deze film zo relevant. Nu worden die kinderen rondgepompt in het systeem tot ze volwassen zijn, omdat ze niet langer dan een paar maanden op een gesloten afdeling mogen blijven.'

    Van tevoren had Ooms met de VPRO afgesproken: als het met Alicia niet goed gaat door de film, stoppen we. Dat is niet gebeurd. 'Voor mij was het daarnaast heel belangrijk dat het publiek Alicia zou begrijpen. Anders zou de film niet geslaagd zijn, en zelfs voor uitzending ongeschikt.'

    WAAROM?

    'Ik wilde, om een therapeutische term te gebruiken, Alicia ontschuldigen. Laten zien dat zij er niks aan kan doen dat haar leven op deze manier verloopt. Niet alleen aan de kijkers, ook aan haar zelf. De film is ook een document voor later, als herinnering aan een tijd. Ik was zelf 45 toen ik tijdens de research voor deze film, in het stadsarchief in Amsterdam, mijn eigen dossier vond uit de tijd dat ik in het kindertehuis zat. Daar las ik voor het eerst dat mijn moeder was aangesproken door de leiding van het tehuis op het feit dat ze mij zo weinig bezocht, en dat ze daarop had geantwoord: 'Ik kan de zorg niet aan, hoe graag ik het ook zou willen.' Door dat zinnetje, hoe kort ook, werd mijn zelfbeeld, ik ben niet oké, overschreven door een nieuwe waarheid. Dat inzicht wens ik Alicia ook.'

     

     

    Cameravrouw en regisseur

    Maasja Ooms (Amsterdam, 1968) studeerde Fotografische Vormgeving aan de Koninklijke Academie Beeldende Kunsten in Den Haag voor ze de overstap maakte naar de Filmacademie in Amsterdam. Daar studeerde ze in 1997 af als cameravrouw. Ze deed de cameraregie en montage van documentaires als Finding Murakami, Westerborkgirl en Satellite Queens. In 2014 regisseerde ze haar eerste documentaire, Tussen mensen, over een stel in relatietherapie.

  • Parool

    Alicia groeit op in een tehuis: 'Liefde van 9 tot 17 uur is niet genoeg'

    DOOR: LORIANNE VAN GELDER, 

     

    Maasja Ooms zat soms huilend in de auto terug van een bezoek aan Alicia in Reek. Alicia is pas negen als Ooms haar leert kennen. Ze zit dan al vijf jaar in een kindertehuis en begint de hoop op een pleeggezin - in tehuistermen 'een plekje' - op te geven. 

    Drie jaar lang volgt Ooms Alicia. Ze doet dat alleen, als regisseur en cameravrouw ineen. Ze komt langs, kijkt, praat een beetje, maar kijkt vooral. 

    In de documentaire Alicia ben je er als toeschouwer ook bij. Het is geen film van interviews en reflectie, het is een intieme blik in het leven in een tehuis. Tehuizen klinken als iets uit een vorige eeuw, als relieken uit een Oost-Europees land, maar ze bestaan ook in Nederland nog steeds en zijn geen vreselijke oorden. 

    De opvang waar Alicia woont in Brabant, is een complex van simpele bungalows, een soort betaalbaar vakantiepark, met liefdevolle leidsters en opgeruimde kamers Maar een tehuis is niet thuis.

    Alicia is als 1-jarige bij haar moeder weggehaald, die haar op haar 17de kreeg. Ze woonde een paar jaar in een pleeggezin, maar kon er na de dood van de pleegvader niet blijven. Sindsdien wacht ze op dat nieuwe plekje - een pleeggezin met specialistische kennis.

    Krachtig en levenslustig

    Voor Maasja Ooms (48) was het andersom. Zij ging als zuigeling naar een tehuis in Amsterdam, omdat haar ongehuwde moeder niet voor haar kon zorgen. Op haar vierde mocht ze terug naar haar moeder. Het is een groot en essentieel verschil, met de kennis van nu. 

    "Vroeger wisten we niet zo veel van hechting en hoe belangrijk het is om met één persoon een band op te bouwen," zegt Ooms. En hoewel de leidsters zorgzaam zijn, hebben kinderen stabiliteit en herkenning nodig. 

    "Liefde van 9 tot 17 uur is niet genoeg. Je ziet dat Alicia zich aan leidsters hecht, maar die gaan altijd weer weg. Omdat de dag erop zit, omdat het vakantie is of omdat ze verlof hebben." Alicia is een krachtig meisje, een overlever, levenslustig, zegt Ooms.

    Maar ze heeft veel pech. Of is het een soort onvermijdelijk lot dat ze treft? Haar moeder zat ook in opvanghuizen. Herhaalt de geschiedenis zich? Het zijn vragen die je als kijker ook hebt, terwijl Ooms je meeneemt van vrolijke tiende verjaardag van Alicia naar een verdrietig gesprek met haar voogd en begeleiders.

    Je ziet haar op bezoek bij de moeder van Alicia, die nooit heeft gewild dat haar dochter uit huis ging, maar zich bij de situatie heeft neergelegd. Je ziet Alicia's woede-uitbarstingen en ruzies met andere kinderen, en haar verslagenheid als haar huisgenootjes naar hun ouders mogen met de zomervakantie en zij niet.

    Jeugdzorg worstelt

    Je proeft tegelijkertijd de welwillendheid van alle hulp om het meisje heen, alsook de machteloosheid van iedereen in het 'systeem'. De directeur van het tehuis in Reek stond open voor een film, zodat beleidsmakers zien wat voor gevolgen beslissingen kunnen hebben. 

    Alicia hecht zich aan leidsters, maar die gaan weer weg. Omdat de dag erop zit, of het vakantie is

    Zo vaak krijg je geen inkijkje in de wereld van kinderen die niet thuis kunnen wonen. Ooms ziet hoe jeugdzorg worstelt met de opvang van sommige kinderen. "Maar de film is zeker geen aanklacht." 

    Overigens is het ook geen pamflet. Al zou het bijvangst zijn als zich meer pleeggezinnen melden naar aanleiding van de film. Ooms heeft ook wel eventjes de neiging gehad om Alicia's situatie op te lossen.

    Niet loslaten

    "Het zijn gedachten die langskomen. Maar ik denk niet dat ik het zou kunnen." Dat neemt niet weg dat ze Alicia nog steeds ziet. "Ik vond het belangrijk om niet zomaar te verdwijnen na drie jaar. Het was onderdeel van het proces dat ik haar niet zou loslaten."

    Tijdens de research stuitte Ooms bij toeval op haar eigen tehuisdossier. Daar las ze dat haar moeder haar destijds niet kón verzorgen. Ook stonden er beschrijvingen van haar eerste jaren in het tehuis. "Het werkte voor mij bevrijdend om te leren dat er niks mis was met mij." 

    Ooms hoopt dat Alicia door de film ooit hetzelfde inzicht krijgt. "Je denkt al gauw in zo'n situatie dat het je eigen schuld is. Maar het zijn de omstandigheden die je maken tot wie je bent."

    Alicia is op 22 november om 20.25 uur te zien op NPO 2. De première is morgen in Eye.

    Uit huis geplaatst

    In Nederland stijgt het aantal kinderen onder voogdij de laatste jaren. In 2015 waren ruim 9000 kinderen aan het ouderlijk gezag onttrokken en uit huis geplaatst. 

    Kinderen die uit huis worden geplaatst worden bij voorkeur in de eigen omgeving opgevangen, in een pleeggezin of als het niet anders kan in een instelling. Aan pleeg­gezinnen is een tekort; sinds 2015 daalt het aantal aanmeldingen. (Cijfers CBS en pleegzorg)

  • Correspondent

    De documentaire Alicia van Maasja Ooms maakt pijnlijk zichtbaar hoe ontregelend het is als je je als kind niet veilig kunt hechten.
     

    Niemand vindt mij lief, zegt Alicia. Deze docu over pleegzorg komt heel dichtbij

     
    Marilse Eerkens - Correspondent Kinderomgang
    MarilseEerkens
     

     

     

    ‘Mag ik dit eigenlijk wel zien?’

    Dat is de vraag die het eerste kwartier centraal staat tijdens de besloten bijeenkomst die afgelopen zondag werd georganiseerd na afloop van de IDFA-documentaire Alicia van Maasja Ooms. Producent Willemijn Cerutti heeft zo’n tweehonderd ‘jeugdprofessionals’ – psychiaters, voogden, kinderrechters, mensen van de kinderbescherming, beleidsmakers, pleegouders, gedragswetenschappers etc. – opgetrommeld om samen door te praten over de zeer indringende documentaire. Een verhaal waarin de onmacht van de jeugdzorg pijnlijk wordt blootgelegd.

    In de film volg je als kijker een meisje – Alicia – van haar tiende tot haar dertiende. In de openingsscène zie je haar huilend in bed. ‘Wat is een wachtlijst?’ vraagt ze wanhopig. ‘Niemand is aan het zoeken!’ De leidster van de jeugdinstelling waar Alicia al vanaf haar vijfde woont, zit op haar bed en legt uit dat ze een ‘heel speciaal’ meisje is. ‘We moeten daarom heel goed zoeken naar een plekje dat bij jou past.’ Daarop wordt Alicia nog wanhopiger. ‘Maar ik bén gewoon. Ik ben niet speciaal. Ik ben gewoon een meisje.’

    Mama komt niet, de benzine is te duur

    Wat Alicia ‘speciaal’ maakt is dat ze de grote pech heeft gehad dat haar moeder haar al op zeventienjarige leeftijd kreeg en - vanwege haar eigen instabiele jeugd - niet in staat is om voor haar te zorgen. Daarna had Alicia, die vanaf haar eerste in een pleeggezin woonde, de pech dat ze, vanwege omstandigheden in dat gezin, daar weer weg moest. Ze was toen vier. Sindsdien woont ze in de jeugdinstelling.

    Contact met haar moeder is er wel, maar Alicia kan er niet op bouwen. ‘Mijn moeder komt nooit. Ze heeft geen geld voor benzine. Daarom is het bezoek al drie keer niet doorgegaan’. Als Alicia op haar verjaardag zelf bij haar moeder op bezoek gaat, zie je de onmacht van de moeder. Ze wil wel, maar ze kan niet.

    In de loop van de film zie je dat Alicia zich steeds onmogelijker gaat gedragen. Tot het niet meer gaat. ‘Als niemand zich aan de regels houdt, kunnen we niet voor jou zorgen. Dan moeten we een ander plekje voor jou zoeken,’ zegt een van de leidsters in de jeugdinstelling. ‘Doei,’ zegt Alicia op een quasi onverschillige toon. ‘Ik ga jullie in elkaar slaan.’

    Hoe goed de voogd ook haar best doet, er is geen pleeggezin voor Alicia

    Wat ik het meest pijnlijk vond aan de film is dat het zo duidelijk maakt dat je kinderen zoals Alicia eigenlijk alleen kunt helpen met iets dat soms niet te bieden valt: iemand die van haar houdt én betrouwbaar is. Met Alicia praten over haar ‘leerdoelen,’ wat op een gegeven moment gebeurt in de film, steekt dan ook bijna potsierlijk af tegen de nood van dit meisje.

    Maar hoe treurig ook, dit soort gedragsregulerende gesprekken zijn, naast liefdevol en respectvol handelen, het enige wat jeugdzorg echt kan bieden. Hoe goed voogd Machteld van Rooij haar best ook doet, er is geen pleeggezin voor Alicia. En hoe ouder ze wordt, hoe kleiner de kans dat dat er ooit gaat komen.

    ‘Niemand vindt mij lief. Ik kan er net zo goed niet zijn’, zegt Alicia op een gegeven moment tegen een leidster.

    Wachten op een pleeggezin duurde jaren

    Alle jeugdprofessionals die aanwezig zijn bij de nabespreking zijn het met elkaar eens: de film is heel integer gemaakt. Maar een deel van de aanwezigen blijft toch worstelen met de vraag: mag ik dit wel zien? Is dit niet te privé?

    Documentairemaker Maasja Ooms, die zelf haar eerste vier jaar in een tehuis woonde, snapt deze aarzeling. Ze legt uit waarom deze film er toch moest komen; volgens haar maar óók volgens de inspecteur van de jeugdzorg: ‘Ik wilde een film maken over hechting. En over hoe dat werkt als een kind in een pleeggezin terechtkomt. Toen ik Alicia leerde kennen, dacht men nog dat dat pleeggezin er snel zou komen. Dat was niet zo. Ik heb er met Alicia drie jaar op gewacht.’

    Ondertussen bouwden Ooms en producent Willemijn Cerutti wel een band op met Alicia. Zij heeft de film al voor een deel bekeken (‘ik scheld wel veel hè, da’s niet zo netjes van me’). Het niet uitbrengen van de film, omdat het leven van Alicia toch anders liep dan verwacht, zou een soort verraad betekenen.

    Maar het belangrijkste argument om de film uit te brengen, was dat Alicia zélf graag wilde dat dit verhaal verteld zou worden. Dan zou er voor haar misschien eens wat veranderen. En voor de ongeveer duizend kinderen die in een vergelijkbare situatie verkeren.

  • 2DOC

    Drie jaar volgde filmmaker Maasja Ooms de jonge Alicia, in afwachting van een goed pleeggezin. Intussen groeide zij op in verschillende tehuizen. Wat doet dat met een kind? Ooms vertelt over het maakproces, haar band met Alicia en het doel van haar indringende documentaire.

    Interview met Maasja Ooms over de film Alicia

    Door: Wieneke van Koppen

     
    Groot worden in kindertehuizen

    ‘’Mijn eerste levensjaren zat ik in een kindertehuis. De theorie dat je eerste jaren en hoe je je daarin hecht aan anderen cruciaal zijn voor de rest van je leven, vind ik heel interessant. Ik wilde weten wat het effect is van het opgroeien in een kindertehuis voor je hechting. Mijn verhaal is compleet anders dan dat van Alicia, maar dat was het startpunt. Een researcher bracht mij bij haar eerste kindertehuis en pedagogisch medewerkers stelden mij voor aan Alicia. Dat was echt een schot in de roos. Alicia is een overlever, een bijzonder en krachtig meisje met een sterke wil. Ik besloot Alicia te volgen in haar proces naar een pleeggezin om te zien hoe zij zich zou hechten aan nieuwe mensen. Drie jaar hebben we gewacht tot er een gezin voor haar zou komen, maar dat kwam niet.’’

     Ik zie geen schuldige in dit verhaal, alleen een groot slachtoffer.
    maasja ooms

    Maakproces

    ‘’Getraumatiseerde kinderen mag je nergens toe dwingen, je moet ze juist de regie geven. Als maker ging ik daarom mee in haar leefstijl. Als zij koekjes wilde bakken, ging ik dat filmen. Ik voerde een participerende camera, waardoor we konden blijven praten. In de film spreekt ze daarom direct tegen mij en de camera. Vooraf had ik ten doel gesteld dat ik het moeilijke gedrag van Alicia begrijpelijk wilde maken voor de kijker. Het moet duidelijk zijn dat haar woede een uitingsvorm is van verdriet en pijn. Als dat niet over zou komen, mocht de film niet op de buis.’’ Dit was een uitdaging omdat het soms moeilijke gedrag van Alicia afstotend werkt. ‘’Ik heb ruim de tijd genomen om een evenwichtig beeld te kunnen schetsen, waarin je met haar meeleeft en meereist. Zo’n drie jaar heb ik gemiddeld elke twee weken gefilmd.’’ Behalve het neerzetten van een evenwichtig beeld, was het ook een uitdaging om andere mensen ook ‘heel te laten’. ‘’Ik zie geen schuldige in dit verhaal, alleen een groot slachtoffer. In mijn film wil ik daarom ook geen schuldigen aanwijzen. In de montage was het een heuse balanceeract om dat niet te doen.’’

    Projectie van gevoelens op konijn

    Alicia’s situatie verbeeldt Ooms op metaforische wijze aan de hand van het konijntje dat Alicia kreeg in het kindertehuis. ‘’Ik zag dat Alicia haar eigen gevoelens op het beestje projecteerde. Ze vertelt in de film dat het konijntje zijn moeder mist en dat het beestje geen aandacht krijgt. Op een gegeven moment zegt ze zelfs ’je hoort hem niet te vergeten’. Ik hoor daarin een duidelijke oproep van Alicia dat zij niet vergeten mag worden.’’

    Gedragswetenschappers raadden Ooms aan om een mental coach in te schakelen voor zware en verdrietige draaiperiodes. ‘’Dat is niet mijn manier, maar ik heb wel veel gehad aan gesprekken met bevriende filmmakers. Het meest ingrijpende moment van de filmperiode was toen Alicia weg moest bij haar eerste kindertehuis. Ze had hier zulke goede en betrokken verzorgers en ik zag haar vertrek daar zeer somber in. Haar reactie toen ze het nieuwe tehuis betrok, was ook wel des Alicia’s. Ze verwelkomde mij ontzettend trots in haar nieuwe kamertje en ik kon alleen maar denken: Wat een kracht!’’

    Relatie met Alicia

    ‘’Tegenwoordig omschrijf ik mijn band met Alicia het liefst als een vriendschap.’’ De twee zien elkaar maandelijks. ‘’Als ik langskom, neem ik graag mijn hond mee. Dat vindt ze zo leuk!’’ Ooms overweegt niet om Alicia zelf in huis te nemen. ‘’Dat vroeg ze wel een keer, maar ik heb haar uitgelegd dat ik als filmmaker veel reis en daardoor een gek leven heb. Ook vertelde ik haar dat ik het moeilijk zou vinden om haar goed te helpen en de juiste keuzes voor haar te maken. Dat snapte ze wel.’’ Daaraan voegt Ooms een belangrijke overweging toe: ‘’tijdens het filmen dacht ik weleens: als ik de film sneller afrond, staat iemand die de film ziet misschien wel voor haar op als pleegouder. Mijn realiteitszin haalde die gedachte dan snel weer in. Alicia is er niet bij gebaat als mensen haar vanuit hun emoties in huis nemen. Er moet niet te lichtzinnig over pleegzorg gedacht worden. Je kunt niet zomaar een kind ‘redden’. Kinderen hebben jou niets te bieden en als pleegouder mag je geen verwachtingen hebben van een kind. Ze verdient pleegouders die onvoorwaardelijk en goed voor haar zorgen.’’

    "Er is geen goed beleid voor kinderen die niet naar huis kunnen, terwijl dat heel hard nodig is." (maasja ooms)

    De toekomst van Alicia en jeugdzorg

    Met de inmiddels dertienjarige Alicia gaat het naar omstandigheden goed, maar ze heeft nog steeds geen pleeggezin. Met Alicia wil Ooms niet oproepen tot een specifieke actie. ‘’Het is belangrijk dat beleidsmakers dit verhaal zien. Als filmmaker heb ik geen oplossing. Experts en adviseurs mogen hun hoofd daarover buigen. Ik gooi een steentje in het water en hoop dat dat een ripple-effect heeft. ’’De verzorgers hebben puur voor Alicia meegewerkt aan de film. ‘’ Er is geen goed beleid voor kinderen die niet naar huis kunnen, terwijl dat heel hard nodig is. Net als Alicia hebben haar verzorgers zich kwetsbaar op gesteld omdat ze hopen dat de documentaire een breekijzer is voor verandering.’’

    Debuutdocumentaire

    Ooms begon haar carrière als cameravrouw. ‘’Als je filmt heb je een bepaalde bedoeling bij je werk. In het verleden werd mijn filmwerk zo stuk geknipt door editors dat ik het zelf wilde monteren.’’ De eerste grote film die ze monteerde was Boris Ryzhy. ‘’Toen ik had geproefd aan de combinatie van filmen en monteren, ontstond de behoefte om films ook te regisseren.’’ In 2015 kwam haar film Tussen Mensen uit, maar eigenlijk is Alicia haar debuut. ‘’Tussen Mensen kwam voort uit de research voor Alicia. Mijn speerpunt in Alicia was hechting en de therapievorm in Tussen Mensen richt zich op hechting tussen partners. Ik verdiepte mij hierin en kreeg de unieke kans om Ans en Chris te volgen in hun therapieperiode.’’ Zodoende heeft ze Tussen Mensen in de periode gemaakt waarin ze ook aan Alicia werkte. Hoewel de films verschillen, ziet Ooms vooral overlap tussen de twee documentaires. ‘’Het ongezegde in onze menselijke communicatie intrigeert mij. Beide films speuren naar wat er niet gezegd, maar wel bedoeld wordt.’’

  • VPRO

    15 november 2017, Angela van der Elst
     
     

    Sommige kinderen hebben zo veel pech dat hun leven al stuk lijkt wanneer het nog maar nauwelijks is begonnen. Neem nu Alicia. In 2004 geboren als dochter van een moeder van zeventien. Op eenjarige leeftijd door Bureau Jeugdzorg bij haar ouders weggehaald omdat men zich zorgen maakte over Alicia's veiligheid. Na vier jaar in een pleeggezin overlijdt in 2009 haar pleegvader, waarna de verantwoordelijkheid van de pleegmoeder te zwaar wordt. Alicia is vijf en belandt in het Noord-Brabantse Kinderhuis Reek. De bedoeling is dat er zo snel mogelijk een nieuw gezin voor haar gevonden wordt, uiterlijk binnen een jaar.

    Maar alle inspanningen ten spijt zit Alicia er nog steeds wanneer documentairemaakster Maasja Ooms (48) – van onder andere Boris Ryzhy(2008), Retourtje hiernamaals (2011) en Tussen mensen (2015) – haar in 2014 voor het eerst ziet.

    'Ik fantaseerde over het opzetten van een groot kindertehuis voor kinderen zoals zij. De realiteitszin won het wel in mijn brein, maar het volgen van zo’n weerloos kind liet me zeker niet onberoerd.'

    Ooms: 'Mijn startpunt was het idee voor een film over hechting, ik wilde in beeld brengen wat dat inhoudt. Omdat het zo'n breed gebied beslaat, kon het in het begin van alles zijn. Via m'n researcher kwam ik terecht in het kindertehuis in Reek waar een gedragswetenschapper hechtingsproblematiek op de agenda heeft gezet en een behandelmethodiek heeft geïnitieerd. Toen ik daar op een dag Alicia ontmoette, ontdekte ik dat wanneer het een portret van haar zou worden ik een procesfilm moest maken waarvoor ik haar langdurig wilde volgen.

    'De directeur vond het nogal een vraag om gedurende drie jaar een camera toe te laten bij een groepje kinderen. Dat hij zich niet meteen afkerig opstelde, kwam doordat hij het belangrijk vond dat het nu eens zichtbaar zou worden om wie en wat het gaat wanneer er als gevolg van beleid holle frasen klinken als ''er is te weinig geld voor bepaalde zorg'' en ''sommige kinderen vallen buiten de boot''. Om het vertrouwen te winnen van de kinderen in de groep ben ik eerst regelmatig naar hen toegegaan met m’n fotocamera en gaf ik een soort workshop waarbij iedereen ook zelf foto’s mocht maken en we het resultaat afdrukten. Gaandeweg ging ik over tot filmen.' 

    Wat trok u in het thema 'hechting'?

    'Misschien was ik ermee bezig omdat ik zelf in een kindertehuis ben opgegroeid, van mijn nulde tot mijn vierde. Daarna kon ik bij mijn moeder wonen. Ik heb overwogen er een participerende film van te maken; gedurende de montageperiode was de eerste scène heel lang een waarin ik Alicia iets over mijn eigen ervaringen vertelde.

    'Maar uiteindelijk heb ik het toch niet gebruikt, omdat het verwachtingen zou wekken ten aanzien van Alicia's relatie met mij en andere observaties zou verstoren. Daarom ben je nu in het begin van de film direct aanwezig in haar situatie. Overigens zijn de levens van Alicia en mij totaal verschillend. Ik was een pleaser als kind, zij is steviger en zit veel langer in een onhoudbare situatie.'

    'Wat betreft de film hoop ik dat dit een breekijzer voor verandering kan zijn, dat er voor kinderen als Alicia, of haarzelf, wat goeds uitkomt.'

    Wanneer je Alicia ziet, en haar moeder, lijkt het alsof haar lot op z'n minst voor een deel in de genen zit.
    'Dat is de spijker op z'n kop, ook oma's pad is eraan verwant. Alicia's moeder is op haar beurt slachtoffer van haar verleden. Het is heel complex. Zelf zie ik geen schuldige. Ik zie wel één slachtoffer.'

    Alicia vliegt regelmatig uit de bocht. Kreeg u ook met haar wispelturigheid te maken?
    'Ja, ik heb alle kanten gezien. Ik had gelezen dat het voor kinderen met een trauma heel belangrijk is om de regie te hebben. Dus Alicia mocht alles zelf bepalen: of ze wel of niet gefilmd werd, wat ze deed. ''Kom, ik ga koekjes bakken en dat ga jij filmen,'' zei ze dan. Dus dat deed ik; misschien leverde het een mooie scène op en dat was dan meegenomen, maar het gaf me in elk geval de gelegenheid om vertrouwen op te bouwen voor momenten waarop ze de camera kon vergeten.'

    U heeft Alicia gedurende drie jaar gevolgd, tussen haar negende en dertiende. Vroeg ze niet of ze bij u kon komen wonen?
    'Daar heeft ze het weleens over gehad, ja. En ik heb meteen eerlijk tegen haar gezegd dat dit niet kon. Door mijn beroep, waarvoor ik veel reis, bovendien ben ik alleen. En dat begreep ze ook wel. Zelf dagdroomde ik er tijdens het maakproces soms over dat als ik de film snel af had, er misschien snel een pleeggezin zou komen.'Of ik fantaseerde over het opzetten van een groot kindertehuis voor kinderen zoals zij, een plek waar je kunt blijven wonen tot je volwassen bent. Je hoort als filmmaker niet de problemen van je hoofdpersoon op je schouders te nemen en de realiteitszin won het wel in mijn brein, maar het volgen van zo’n weerloos kind liet me zeker niet onberoerd.
     
    'En nu?
    'Wat betreft de film hoop ik dat dit een breekijzer voor verandering kan zijn, dat er voor kinderen als Alicia, of haarzelf, wat goeds uitkomt. Dat vind ik belangrijker dan dat mensen de film alleen maar zien. Daarom komt er ook een vervolgtraject, opgezet door de producent.
     
    'Hoe loop je vervolgens weer weg uit zo'n leven?
    'Als regisseur had ik na tweeënhalf jaar wel het gevoel dat het verhaal inmiddels in de vele uren opnamen zat, maar omdat ik het liefst op een soort hoopvol moment wilde stoppen met filmen, ging ik nog even door. En met Alicia houd ik contact, we hebben een vriendschap opgebouwd en bellen elkaar regelmatig.'
  • Filmkrant

    IDFA 2017: Maasja Ooms over Alicia

    'Iedereen heeft liefde nodig als een soort levenselixer'

    Drie jaar uit het leven van een meisje in een kindertehuis. Alicia, gelesecteerd voor de Nederlandse competitie van IDFA, laat zien hoe ze hunkert naar genegenheid en moederliefde en toch wild van zich af slaat. Aangrijpende observerende cinema die, hoopt documentairemaker Maasja Ooms, aanzet tot actie.

    Door Leo Bankersen

    Alicia heeft geen geluk. Een jaar na haar geboorte uit huis geplaatst, op haar vierde weer van pleeggezin naar kindertehuis. Op haar negende wacht ze daar nog steeds op nieuwe pleegouders. In de hartverscheurende openingsscène van Alicia probeert iemand haar uit te leggen waarom het zo lang duurt. "Omdat je zo'n speciaal meisje bent." Waarop Alicia, meestal heel stoer maar nu in tranen, protesteert: "Nee, ik ben niet speciaal, ik ben een gewoon meisje."

    Wanneer ik regisseur Maasja Ooms ontmoet in het Amsterdamse etablissement De Ysbreeker ben ik benieuwd of zij Alicia een gewoon meisje vindt. "Nee, ze is natuurlijk geen gewoon meisje, maar dat is omdat ze niet op een gewone plek woont. Ik denk dat ze bedoelt: 'Ik wil ook gewoon een thuis als iedereen'."

    "Ik heb zelf tot mijn derde in een kindertehuis gewoond. Het gevoel zet zich dan vast dat het aan jou ligt dat je niet thuis woont, dat er iets met je aan de hand is. Daar wilde ik iets mee doen. Iets wat me ook fascineert is het ongezegde tussen mensen. Wat niet gezegd wordt maar toch zichbaar is, zoals in mijn eerdere film Tussen mensen, over een relatietherapie. Bij Alicia zie je ook zoiets. Met haar onhandelbare gedrag verzwijgt ze iets dat wel heel aanwezig is."

    Risico
    "De medewerkers van het kindertehuis in Reek, Noord-Brabant, waar ik tijdens de research kwam, wezen me op Alicia. Ze spraken heel bevlogen over haar. Alicia was een meisje dat heel weinig bezoek kreeg, alleen haar moeder zag ze zo eens in de zes weken. Ik wilde eerst met meerdere kinderen werken, maar het was Alicia die me het meest fascineerde. Een krachtig meisje, heel levenslustig, een overlever leek me. Ik kon me voorstellen dat het spannend zou zijn om haar als hoofdpersoon te hebben."

    Maar hoe vond Alicia het zelf om drie jaar gefilmd te worden? De stijl is strikt observerend, maar je moet als filmmaker toch een band met haar aangaan, met het risico ook een van de mensen in haar leven te worden die komen en weer gaan. "Zeker. Daarom had ik besloten dat als ik haar ging filmen ik iemand zou zijn die niet meer uit haar leven weggaat. Ik zie en bel haar nog geregeld. Ik denk dat dat belangrijk is voor iemand met zo veel verlieservaring."

    "Ik heb me natuurlijk verdiept in kinderen die getraumatiseerd zijn. Een belangrijk ding dat dan bovendrijft is dat die kinderen de regie moeten hebben. Ik heb Alicia bij het filmen altijd het gevoel gegeven dat zij de touwtjes in handen heeft, dat het niet anderen zijn die alles voor haar bepalen. Dan zei ze: 'Kom Maasja, ik ga koekjes bakken. Dat moet je filmen.' Ik heb zelf het camerawerk gedaan. Ze kreeg geen filmploeg over de vloer."

    Boos
    "Het ging ook wel eens mis. Toen ze een jongetje heel hard van een trampoline duwde waardoor die zijn been flink bezeerde viel ik even uit mijn rol als camerapersoon die alles vastlegt. Ik riep: 'Alicia! Dat kan toch niet.' Op hetzelfde moment was ik haar kwijt. Ze was heel boos op mij en heeft anderhalve dag niet naar mij gekeken. Grappig genoeg, toen het contact weer hersteld was, leek het of ik wat respect had afgedwongen. Alsof ze die eerlijkheid toch wel waardeerde, al weet ik niet precies hoe dat werkt."

    De manier waarop de jeugdzorg de vaak onhandelbare en uitdagende Alicia aan denkt te pakken blijft grotendeels buiten beeld. Net als de reden waarom ze niet terug mag naar haar moeder. "Ik heb aanvankelijk wel geprobeerd dat in de montage helderder te maken, maar gek genoeg werd de film daardoor heel plat. Het spanningsveld is natuurlijk dat Alicia het systeem waarin ze leeft zelf niet begrijpt. Dat word beter invoelbaar als je het ook niet snapt."

    Ook de cameravoering en de soundtrack zijn erop gericht om zo dicht mogelijk bij Alicia en haar beleving te komen. "De camera is vaak op ooghoogte van de kinderen, wat ook te maken heeft met mijn herinnering aan mijn eigen verleden. Bij een aantal scènes zie je alleen Alicia in close-up, zoals ze op de gebeurtenissen reageert."

    "Ik geloof sterk in het 'show, don't tell' van de observerende cinema. Het fly on the wall-principe. Een interview vind ik iets heel kunstmatigs. Aanvankelijk wilde ik de relatie die Alicia met mij had ook in beeld brengen, maar uiteindelijk heb ik dat toch weggelaten. In die tachtig uur materiaal die ik over drie jaar heb gedraaid zitten veel films, maar uiteindelijk heb ik de relatie met de moeder naar voren gehaald. Dat is voor Alicia een soort levensader."

    "Ik heb het altijd ingewikkeld gevonden dat een kwetsbaar meisje de hoofdpersoon van je film is. Ik hoop dat ik erin slaag te laten zien dat Alicia niet schuldig is aan de situatie, dat ze niet als moeilijk meisje wordt gezien maar als meisje dat slachtoffer is van heel veel pech. Dat het begrijpelijk is dat daar zo'n ingewikkeld gedrag uit voortkomt. Dat het wel een krachtig meisje is met veel potentie."

    Campagne
    Tussen de emotionele uitschieters door toont Alicia zich een pienter meisje met soms opvallende momenten van zelfinzicht. Maar niemand lijkt zich raad met haar te weten. De manier waarop ze van het ene tehuis naar het andere wordt doorgeschoven wekt een indruk van enorme machteloosheid. Producent Cerutti Film is van plan om de impact die de film kan hebben te gebruiken om mensen te steunen die iets in de jeugdzorg willen veranderen. De impactcampagne gaat tijdens IDFA al van start met een discussiebijeenkomst. Het is de bedoeling om na de televisieuitzending met de film de boer op te gaan en vertoningen te organiseren met jeugdzorgprofessionals en beleidsmakers.

    "Ik ben niet aan Alicia begonnen met het idee een film te maken die discussie aanwakkert. Maar uit het begrip voor Alicia is wel het verlangen voortgekomen om mensen in de zorgsector te steunen die al lang bezig zijn iets in beweging te krijgen. Als de film kan fungeren als actiemiddel zou ik dat heel bijzonder vinden."

    Gaandeweg is Ooms ook meer betrokken geraakt bij de problematiek dan ze had gedacht. "Ik vind het heel pijnlijk om te zien hoe een kind dat graag net zo wil leven als wij allemaal door de omstandigheden wordt tegengewerkt. Dat vind ik heel tragisch. Als je dat van zo dichtbij meemaakt dan ontroert me dat enorm. Iedereen heeft liefde als een soort levenelixer nodig, de liefde van een moeder waar je uit voortkomt. Als dat gedwarsboomd wordt, ja, dan zorgt de staat wel voor je, maar hoe is dat dan ingericht? Het is een universeel thema. Een meisje dat de film al gezien heeft zei me: 'Volgens mij is Alicia te slim voor het systeem.' Dat vond ik wel een mooie opmerking."

    Alicia is te zien op IDFA en wordt 22 november uitgezonden op NPO2.

  • SEENL

    Suffer the child

    Filmmaker Maasja Ooms explains to Melanie Goodfellow why her new lm Alicia, about a young girl in long-term care, has personal resonance.

    Maasja Ooms makes her IDFA debut this year with feature documentary Alicia, an up-close portrait of a young girl who has spent much of her life in care. Ooms reveals that one of the main motivations for making the lm was that she too spent her early years in care in a children’s home in Amsterdam, from birth to the age of four.

    She recalls how the cries of a three- year-old girl when she rst visited the children’s home where Alicia lives, for research purposes, had an unexpected impact on her. “I was surprised to nd myself so affected by her crying,” she recalls. “But then I understood rst-hand that when the cry of a child for its mother remains unsatis ed, it becomes a cry of despair.”

    “When the absence lasts too long, because a child can’t live at home, they will start blaming themselves, thinking ‘I am not nice’, or ‘Nobody likes me’.

    I understood how these themes could resonate throughout life.”

    Luckily for Ooms, the director of the children’s home was receptive to her idea of shooting a lm there, although she went through a lengthy vetting process before nally being allowed to speak directly to care-workers at the home.

    “I was immediately fascinated by Alicia’s strength and strong will. She was a survivor, with a need to take control of a situation,” explains Ooms. “With someone like her, it’s exciting to search through the camera for the unsaid – that sadness and pain because of the miserable situation she’s in, not having a place to call home.”

    The lmmaker would spend more than three years following Alicia, taking time to get the children used to her presence and that of the camera before lming.

    Ooms has taken an observational approach, allowing the tale of Alicia’s fate to unfold at its own pace to powerful effect. “In my previous lm [Tussen Mensen], viewers are witnessing two people undergoing marriage counselling. Filmed in wide shots, it is easy to watch the non-verbal story that’s being told,” she explains. “Although Alicia is lmed close cropped, using a handheld camera, both lms are purely observational and take the time to tell a story, following the ‘show, don’t tell’ principle.”

    Life in the home could sometimes be chaotic and Ooms admits there were moments she felt compelled to intervene. “It happened intuitively. Once, Alicia pushed a little boy off the trampoline while I was lming. There was no-one around. No supervisor. I took no time to think and I just acted,” she recalls.

    “There have also been instances where I didn’t intervene, because
    I needed to tell the story. I could refrain, because I knew I was working on a bigger story, trying to understand Alicia.”

    The documentary marks a rst collaboration between Ooms, who is also a respected cinematographer with some 40 credits to her name, and producer Willemijn Cerutti at Cerutti Film. The pair were both branching out independently as the production took off and this new venture drew them together.

    “I consider myself a creative pro- ducer,” explains Cerutti. “In some projects, I am more creatively involved than others. Maasja is a very autonomous person, and she did the directing, the camera, most of the sound, and the edit.”

    “My added value was organising the funding and the impact side, which is an important side of this project,” Ooms adds, revealing that the IDFA premiere will tie in with the launch of hard-hitting outreach campaigns aimed at highlighting the trauma of children in long-term care.

  • She posts online

    Nederland huilt om documentaire ‘Alicia’

    Alicia (13) wacht al sinds ze 5 jaar is op een plekje in een pleeggezin 

    Door Hannah König, 23 november 2017

     

    Cameravrouw en filmmaakster Maasja Ooms volgde drie jaar lang het meisje Alicia. Zo ontstond er een documentaire over een kind dat van het ene kindertehuis naar het andere kindertehuis gaat, terwijl het enige wat ze wil is verhuizen naar een echt gezin. De documentaire Alicia is winnaar van de IDFA Special Jury Award for Dutch Documentary 2017 en werd gisteren uitgezonden als 2Doc film op NPO2.

    Alicia wordt als éénjarige baby uit huis geplaatst. Haar moeder is dan 17 jaar en staat onder toezicht van Bureau Jeugdzorg. Om haar veiligheid te garanderen, wordt Alicia in een pleeggezin geplaatst. Als Alicia’s pleegvader plotseling overlijdt en Alicia’s pleegmoeder de zorg voor het meisje alleen niet aan kan, komt ze terecht in een kindertehuis. Ze is dan pas vijf jaar. 

    “Het meisje woont in een kindertehuis en wacht smachtend op een nieuw plekje”


    De film begint als Alicia negen is. Er is op dat moment al vier jaar lang gezocht naar een pleeggezin voor Alicia. Het meisje woont in een kindertehuis en wacht smachtend op een nieuw ‘plekje’. Een fijn plekje; een plekje in een echt gezin. Maar dat plekje komt er niet. Alicia moet het kindertehuis waar ze woont verlaten omdat ze wegloopt en het personeel fysiek aanvalt. Alicia’s moeder komt soms met haar vriend en dochtertje bij Alicia op bezoek. Hoewel zij Alicia laat weten dat er een kans is dat Alicia weer thuis kan komen wonen, is dat niet het geval. Als het gedrag van Alicia steeds problematischer wordt, moet Alicia keer op keer verhuizen. Ze komt uiteindelijk op een gesloten afdeling terecht waar ze niet meer weg kan lopen, ze geen vrijheden meer heeft en de keukenlaatjes op slot zitten. De moeder van Alicia vertelt dat ze weet hoe het is om ‘gesloten’ te zitten; zelf zat ze in haar jeugd ook op een gesloten afdeling.

    “De eenzaamheid, de wanhoop en het verdriet; je voelt het allemaal…”

    Documentairemaakster Maasja Ooms bracht zelf haar eerste drie levensjaren door in een kindertehuis. Op het moment dat ze startte met het maken van de documentaire, had ze goede hoop dat ze de de plaatsing in een gezin kon laten zien. Maar er kwam geen plek in een pleeggezin. Toch ging de cameravrouw door met filmen. Ze sloot een vriendschap met Alicia en bracht het leven van het meisje in beeld zoals het is. Daardoor voel je tijdens het kijken hoe het is om Alicia te zijn. Je voelt haar eenzaamheid, wanhoop, verdriet en verlangen naar warmte en liefde.

    Het gedrag van Alicia is heftig. Ze is agressief en dreigt een mes in haar eigen hoofd te steken. Ze heeft woedeaanvallen en loopt weg. Ze heeft angstaanvallen en stemmingswisselingen en slikt medicatie om deze onder controle te krijgen; maar dit lukt niet. Door de manier waarop de film is gemaakt snap je als kijker waar Alicia’s gedrag vandaan komt. Het is intens verdrietig en ingrijpend om te zien hoe Alicia’s verdriet en eenzaamheid gedurende de jaren steeds groter wordt. Alicia ziet kinderen komen en vertrekken; maar zij blijft…

    Huilend zegt ze:”Ik ben een gewoon meisje.”

    In de film zit een hartverscheurende scene waarin Alicia aan haar leidster vraagt wanneer er een plekje voor haar komt. De leidster legt uit dat ze geen termijn weet en dat ze geen valse hoop wil geven. Ze legt Alicia uit dat er een ‘speciaal’ plekje gevonden moet worden omdat Alicia een ‘speciaal’ meisje is. Huilend zegt ze:”Ik ben een gewoon meisje. Ik ben gewoon een meisje. Iedereen gaat hier weg en ik nooit.”

    Momenteel gaat het volgens de filmmaakster goed met Alicia, maar een geschikt gezin is er nog steeds niet gevonden. Hierover maakt Maasja zich grote zorgen. Ze zegt in een interview met Vrouw: “Als kinderen niet meer naar huis kunnen en er is geen pleegzorg voor ze, dan worden ze van behandelgroep naar behandelgroep verplaatst, terwijl deze behandelingen gericht zijn op maximaal één jaar zorg. Deze kinderen kunnen zich hierdoor nooit aan mensen hechten.

    “Omdat Alicia na al die jaren is getraumatiseerd, heeft ze inmiddels specialistische pleegzorg nodig”

    Maasja hoopt dan ook dat de film aanzet tot verandering in ‘beleidsland’. “Het is een noodkreet van ‘we moeten hier iets mee met z’n allen’. Er is een drastisch tekort aan pleeggezinnen, terwijl kinderen een warm thuis nodig hebben.” Omdat Alicia na al die jaren is getraumatiseerd, heeft ze inmiddels specialistische pleegzorg nodig.”

    BRON: 2DOC

  • Linda

     

     

  • Idfa

    25 november 2017 - Door Sietse Meijer